Aimé Césaire en de koloniale gedachten

28-06-2013 | Omar Ba

"Een beschaving die niet in staat is om de problemen veroorzaakt door zijn functionering op te lossen, is een beschaving in verval" - Aimé Césaire.

Op 26 juni werd de honderdste verjaardag gevierd van Aimé Césaire. Hij werd geboren in Martinique (Franse Antillen). Aimé Césaire was een briljante student die in 1931 naar Parijs vertrok om er verder te studeren aan de eliteschool Lycée Louis Le Grand.

In deze grote Parijse school ontmoet hij Léopold Sédar Senghor, de grote Senegalese dichter, die hem onder zijn beschermende vleugels zal nemen. Hij zal daar ook Léon-Gontran Damas (uit Frans-Guyana) ontmoeten.

Door het intensieve contact met andere Afrikaanse en Antilliaanse studenten in Parijs zal Césaire zich hoe langer hoe meer bewust worden van de Afrikaanse component in zichzelf, die hij geleidelijk aan ontdekt.

Négritude-beweging

In september 1934 richtte hij met Damas, Senghor en Birago Diop het literaire tijdschrift L'Étudiant Noir op. In dit magazine werd voor het eerst de term 'négritude' gebruikt. Dit concept, bedacht door de Césaire en zijn vrienden, was een reactie op de culturele onderdrukking door het Franse koloniale systeem.

Met de beweging van de négritude verwerpen ze het project van culturele assimilatie in de kolonie en de devaluatie van Afrika en zijn cultuur. Hieruit ontstond de politieke en literaire beweging négritude.

De négritude is een ideologische en literaire beweging waarvan de leden zich erg verbonden voelden door hun gemeenschappelijke geschiedenis. De ideeën van Césaire, Damas en Senghor waren zeer populair onder de zwarte culturele elite in Frankrijk, Afrika en de diaspora.

Belangrijke waarden van de négritude, die vooral een culturele beweging was, waren zelfbeschikking en de waardering van cultureel-historische banden met het Afrikaanse continent, vanuit een verwerping van de Europese koloniale, culturele, intellectuele, raciale en morele overheersing.

Het is een universele visie op de wereld, een humanistische project bestemd voor alle onderdrukte en gekoloniseerde volkeren van de wereld. Césaire zei ooit: "Ik behoor tot het ras van de onderdrukten". In 1935 begon Césaire met het schrijven van wat zou uitgroeien tot zijn meesterwerk, Cahier d'un retour au pays natal ('Logboek van een terugkeer naar mijn geboorteland') dat hij in 1939 voltooide.

Aimé Césaire overleed op 17 april 2008 in Martinique. In Frankrijk kreeg hij na zijn dood de hoogste literaire huldiging in het Franse Pantheon, naast beroemdheden als Victor Hugo, Voltaire, Alexandre Dumas en vele andere Fransen die een grote bijdrage geleverd hebben aan Frankrijk en de wereld.

Racismebestrijding zal altijd actueel blijven

Daarom wil ik graag de gelegenheid te baat nemen om de actualiteitswaarde van zijn strijd voor onze hedendaagse samenleving te belichten. Omdat racismebestrijding altijd actueel zal blijven en omdat vele mensen met een andere culturele achtergrond of van een andere oorsprong nog steeds op zoek zijn naar erkenning in Europa.

Bovendien treft het me ook hoe de koloniale geschiedenis van België nog altijd eenzijdig wordt verteld en dat er hierover op school zeer weinig wordt geleerd.

Vele jonge Vlamingen van Afrikaanse oorsprong worden nog steeds geconfronteerd met stereotypen, opmerkingen en gedragingen, die stammen uit een ver verleden en die in de hedendaagse samenleving erg misplaatst zijn. Het oorzakelijke verband tussen racisme, discriminatie, pejoratieve beeldvorming en het koloniale tijdperk is daarom onmiskenbaar voor vele zwart-Afrikanen in onze samenleving.

De genealogie van het racisme heeft verschillende takken waaronder die van de slavernij en de koloniale onderdrukking. Tijdens deze lange periode heeft men beeldvorming, praktijken en een discours ontwikkeld die tot op vandaag hardnekkig blijven voortbestaan en die de sociale, culturele en politieke verhoudingen tussen mensen, gemeenschappen en staten blijven beïnvloeden.

'Discours sur le colonialisme'

Aimé Césaire heeft zijn hele leven lang gestreden voor rechtvaardigheid, gelijkheid en aanvaarding van zijn veelzijdige identiteiten als dichter, leraar, politicus en schrijver.

In zijn 'Discours sur le colonialisme', één van zijn beroemdste schrijfsels vergeleek hij het kolonialisme met het nazisme. Er is een duidelijke herhaling van sociale processen van racisme en discriminatie, overgeërfd van de slavernij en de koloniale periode, die zich tot op vandaag manifesteren onder veelvoudige vormen.

Tijdens de slavernij en kolonisatie werd een uitgebreide, wetenschappelijk en cultureel ondersteunde propaganda gevoerd, over de veronderstelde minderwaardigheid van andere culturen. Deze heeft in grote mate het gevoel van meerderwaardigheid ten aanzien van andere culturen bepaald in de westerse wereld.

Arthur de Gobineaus werk 'Essai sur l'inégalite des races humaines' (een essay over de ongelijkheid van de menselijke rassen) is geschreven in de geest van die tijd en verdedigt deze stelling. De menselijke tentoonstellingen (zoos humaines) in o.a. Brussel (1897), Parijs (1906) en Gent (1913) zijn hier voorbeelden van.

Zo ook is de levensloop van de Hottentot-Venus een goed voorbeeld van een reeks van mensonterende gebeurtenissen die de verhoudingen tussen verschillende culturen illustreren.

Aimé Césaire is altijd op zoek geweest naar de fundamentele Afrikaan in zichzelf als kleinkind van een slaaf uit Martinique. De behoefte om zijn ware identiteiten te ontdekken, werd hem duidelijk toen hij in Parijs de Senegalese Leopold Sédar Senghor ontmoette in het Lycée Louis Le Grand.

In het koloniale tijdperk werden individuele mensen opgedeeld in rassen volgens zogenaamd 'natuurlijke' criteria. Daaruit ontstond de onderverdeling in meerderwaardige en minderwaardige rassen op basis van fysieke verschillen zoals huidskleur en bepaalde anatomische trekken. Deze verschillen, later ook de culturele, werden gebruikt om de ideeën van de westerse superioriteit te bevestigen.

Negatieve beeldvorming blijft

Men zou kunnen geloven dat met nieuwe generaties de omvang van dit gevoel van superioriteit zou uitdoven, maar helaas is de beeldvorming ten aanzien van minderheden in het algemeen nog steeds negatief. De media en de politieke wereld dragen in grote mate bij tot het bevestigen van die trends. Zij onderhouden en voeden impliciet het beeld van ondergeschikte culturen en volkeren.

In 2005 werd er in Frankrijk gedebatteerd over de 'positieve rol' van de kolonisatie; dit choqueerde de toen negentigjarige Aimé Césaire. De toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy wilde Césaire enige tijd later ontmoeten. Hij weigerde echter op zijn uitnodiging in te gaan als teken van protest tegen Sarkozy's eerdere uitlatingen over de de positieve rol van de kolonisatie. Uitlatingen die Césaire als een belediging ervoer.

Een voorbeeld van verkeerdelijke omgang met de koloniale geschiedenis in België werd goed verwoord door Guido Convents, voorzitter van het Afrika Filmfestival in Leuven: "De lawine van beelden die de VRT in mei en juni 2010 in het kader van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo vertoonde, was doorspekt met koloniale nostalgie". Met de opvoering van schrijver en ex-koloniaal Jef Geeraerts en zijn 'deskundige' commentaar over de goede oude tijd in Congo ging het helemaal de verkeerde kant op.

Koloniale geschiedenis

De manier waarop er in dit land wordt omgegaan met een stuk geschiedenis, de collectieve traumatische ervaring (van slavernij en kolonisatie) bepaalt hoe mensen naar anderen en zichzelf kijken en onderhoudt ook het beeld en de stereotypen die hardnekkig blijven voortleven. De sociale en psychologische gevolgen ervan richten nog steeds veel schade aan in de samenleving.

In Wilrijk, een deelgemeente van Antwerpen, staat in het bestuursakkoord dat het standbeeld van Pater De Deken, wiens knie rust op de rug van een knielende Congolees, opnieuw in het midden van de Bist geplaatst zal worden. Dit getuigt van weinig inzicht in de gevoeligheden over de koloniale geschiedenis en de perceptie ervan in Vlaanderen en in België in het algemeen.

Integratie zou dé oplossing zijn voor alle problemen, zoals de assimilatie dat was in het koloniale tijdperk. Waar vroeger met geweld de repressie werd gevoerd, doen wij dat nu met sociaal-gewelddadige maatregelen die bepaalde groepen langdurig als 'onderdanen' veroordelen. We zadelen hen op met beperkingen die zowel betrekking hebben op hun sociale mobiliteit als de opname van hun volledige burgerschap.

Het wordt tijd dat er een rechtvaardiger lezing van die gedeelde geschiedenis komt om de collectieve verbeelding positief te beïnvloeden. De huidige samenleving kan zich zo verzoenen met een gezamenlijke geschiedenis. Dit zal een van de grootste uitdagingen zijn voor een gepolariseerde samenleving.

Het koloniale erfgoed en de belevenis ervan moeten bespreekbaar worden gemaakt in België. Niet om een heksenjacht te ontketenen, maar om de mensen die nog altijd lijden aan de psychologische, sociale en culturele gevolgen ervan te genezen van deze onzichtbare, maar diepe wonden.

 

 

---

Omar Ba is coördinator van het Afrikaans Platform

(c) DeWereldMorgen.be

http://kifkif.riffle.be/actua/aime-cesaire-en-de-koloniale-gedachten